Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9673.

Daarom lijkt mij - ik betoog dat vanzelfsprekend met enige schroom - het uitgangspunt zoals geformuleerd in rov. 3.7 van HR 26 oktober 2007, NJ 2008, 282 m.nt. PAS niet houdbaar: van overeenkomsten zoals wij die hier voor ogen hebben, kan men hoogstens zeggen dat, met het oog op de zojuist onderzochte mogelijkheden voor beëindiging, de kans op beëindiging op de langere duur niet denkbeeldig is. Daarvan te zeggen dat "in redelijkheid mag worden verwacht dat ...(daaraan)... te eniger tijd een einde zal komen en dat deze derhalve een tijdelijk karakter (hebben)", lijkt mij, met alle verschuldigde eerbied, te berusten op een miskenning van de verhoudingen zoals die voor deze categorie van overeenkomsten bepalend zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2, en de alinea staat in dat document op bytes 26295 tot 27033.