Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9673.
Het GHvJ onderzoekt daarbij ten eerste de betaalde tegenprestaties, en stelt vast dat die, afgemeten naar de overeengekomen tijdsduur, een geringe (huur)prijs per tijdseenheid opleveren. Dat hier een drogreden op de loer ligt kan men zien als men zich, in plaats van de tijdsduur van ca. 999 jaar(29) die in de onderhavige overeenkomsten was vastgelegd, overeenkomsten voorstelt die onverbloemd kiezen voor "eeuwigdurend". Wanneer men dan de tijdsduur op de betaalde tegenprestatie deelt (en zich eroverheen zet dat delen door 8 ons als scholieren werd verboden), komt men op een prijs per tijdseenheid die tot nul nadert. Toch is daarmee niet aangetoond dat er een irreële of verwaarloosbare tegenprestatie is overeengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2, en de alinea staat in dat document op bytes 40468 tot 41209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2 | shasum -a 256