Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9675.

17. Men begrijpe mij overigens niet verkeerd: de zojuist omschreven werkwijze, die erop neerkomt dat de rechter bij ontstentenis van deugdelijke voorlichting over de feiten van de kant van partijen zijn eigen "taxatie" van de feiten maakt en daarnaar oordeelt, is (slechts) één van de varianten waarin de rechter "de gevolgtrekkingen (kan) maken die hij geraden acht". Er zijn er verschillende andere. De rechter kan bijvoorbeeld ook beslissen dat het oordeel over het verzochte of gevorderde afhankelijk is van de mate waarin de partij die verzoekt dan wel vordert, haar standpunt aannemelijk maakt; dat bij gebreke van behoorlijke feitelijke voorlichting van de partijen er geen basis aanwezig is om de aannemelijkheid van de grondslagen van het verzochte/gevorderde te kunnen vaststellen; en dat het verzoek c.q. de vordering bij gebreke van aannemelijke grondslag moet worden afgewezen(9). Een soort van "spiegelbeeldig" oordeel is onder omstandigheden denkbaar als de door partijen onduidelijk gelaten feiten niet de grondslag voor het verzoek/de vordering betreffen, maar de grondslag van het tegen het verzoek/de vordering ingebrachte verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19745bc039fd2a98a9f357bc13d5b4d8a0bcccac8660293f04552bc148fa6c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19745bc039fd2a98a9f357bc13d5b4d8a0bcccac8660293f04552bc148fa6c60, en de alinea staat in dat document op bytes 15358 tot 16523.