Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9675.

24. Aan de werkwijze die ik hiervóór als geoorloofd heb verdedigd is naar zijn aard inherent, dat het daarmee verkregen oordeel maar in beperkte mate hoeft te worden gemotiveerd. Die werkwijze bestaat er immers - althans in de nodige gevallen - in dat de rechter de verschillende gegevens die hem wél zijn verschaft op betrouwbaarheid weegt en vervolgens "extrapoleert" om zich een beeld te vormen van het geheel van de feiten, inclusief de feiten die niet (of onvolledig) zijn geopenbaard. Deze gedachtenexercitie leent zich niet voor nauwkeurige motivering. Zoals een concrete en specifieke argumentatie van partijen de rechter kan noodzaken tot een daarop toegesneden, meer dan gewoonlijk gedetailleerde motivering, kan een lacuneuze of versluierende argumentatie van partijen meebrengen dat de rechter een navenant sobere motivering mag - en soms wel moet - toepassen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19745bc039fd2a98a9f357bc13d5b4d8a0bcccac8660293f04552bc148fa6c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19745bc039fd2a98a9f357bc13d5b4d8a0bcccac8660293f04552bc148fa6c60, en de alinea staat in dat document op bytes 22081 tot 22970.