Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2011

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9821.

18. Ten derde meen ik dat over de eis van redengevendheid van bewijsmiddelen slechts heen kan worden gestapt als de niet redengevende bewijsmiddelen of niet redengevende onderdelen daarvan - voor zover hier van belang - slechts van ondergeschikte betekenis zijn.(6) Dat klemt in een geval als het onderhavige temeer gezien de belangrijke taak die de Hoge Raad de hoven toedicht in het kader van de versterking van de kwaliteit van de berechting in eerste aanleg.(7) De vervulling van die taak is gebaat bij een helder standpunt over en handhaving van de eis van redengevendheid en niet bij het sauveren van een gebrek in redengevendheid van de bewijsmiddelen ook al zou nog wel verdedigbaar zijn dat over het vormverzuim in cassatie niet specifiek is geklaagd dan wel dat de betrokkene niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad.(8) De ruimte voor een dergelijke uitweg hoort in geval als het onderhavige gering te zijn. Het gaat immers om de deugdelijkheid van de motivering van één van de belangrijkste beslissingen in het strafproces, de bewezenverklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04e724e0dde579d5919e9d9569193f49a677b9bda556277b45758a01bb275e5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04e724e0dde579d5919e9d9569193f49a677b9bda556277b45758a01bb275e5a, en de alinea staat in dat document op bytes 16031 tot 17117.