Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9838.

Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eeb836fb3f83f1c489f10ec3119e1869cd7b5e8ab7eecbab0a157fe5f6f4f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eeb836fb3f83f1c489f10ec3119e1869cd7b5e8ab7eecbab0a157fe5f6f4f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 21918 tot 22421.