Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9872.
10.2. Het middel noemt verschillende bedenkingen tegen deze verwerping. Het hof heeft niet gemotiveerd waarom het handelen van verdachte en zijn mededaders niet zou voortvloeien uit de rechtsplicht om zich op de wijze zoals gehanteerd naar vermogen te verzetten tegen misdaden tegen de menselijkheid. Deze klacht geeft blijk van een verkeerde lezing omdat het hof wel degelijk heeft overwogen dat de subsidiariteit heeft ontbroken. Het tweede bezwaar verwijt het hof dat het ten onrechte de eis heeft gesteld dat de handelwijze van verdachte terstond zou hebben moeten kunnen leiden tot beëindiging van de misdaden van de Nederlandse staat tegenover vreemdelingen en geeft ook blijk van een verkeerde lezing van de overwegingen van het hof. Het hof heeft immers niet overwogen dat de handelwijze van verdachte terstond een einde moet hebben kunnen maken aan de misdaden van de Nederlandse overheid. Het beroep op een onmiddellijkheidseis voegt aan de tweede klacht niets toe en laat ik daarom onbesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e2135d83fb639fb695a432eda4dd87b5a1c4a74dbbb050c6a91c4c33f1b2482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e2135d83fb639fb695a432eda4dd87b5a1c4a74dbbb050c6a91c4c33f1b2482, en de alinea staat in dat document op bytes 15392 tot 16411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e2135d83fb639fb695a432eda4dd87b5a1c4a74dbbb050c6a91c4c33f1b2482 | shasum -a 256