Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9872.

In de eerste plaats klaagt het over het oordeel van het hof dat niet is gebleken dat de acties door verdachte en de anderen geen verder uitstel toelieten. De tweede klacht betreft de subsidiariteit. Het hof zou onvoldoende op deze argumenten zijn ingegaan. En weer maakt de steller een vergelijking met de juristen uit de nazitijd. Het systeemmisdadige vreemdelingenbeleid toont aan dat er in Nederland geen sprake meer is van een rechtsstaat of van democratie. Daarom kan niets worden verwacht van methoden die in een soort schijn-rechtsstaat door de politieke machthebbers worden voorgeschreven. De verzetsstrijder die daarvan gebruik moet maken gaat bij de duivel te biechten. Omdat de politieke machthebbers in Nederland welbewust doorgaan met hun misdadige schending van de wetten van de menselijkheid en zelfs willens en wetens bij herhaling kiezen voor het medeplegen van internationale agressie hebben de verzetsstrijders bij hen niets te zoeken, evenmin als het verzet tijdens de bezetting ook maar enige kans zou maken met een klacht bij Seyss-Inquart over de systeemmisdaden tegenover de Joodse medemensen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e2135d83fb639fb695a432eda4dd87b5a1c4a74dbbb050c6a91c4c33f1b2482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e2135d83fb639fb695a432eda4dd87b5a1c4a74dbbb050c6a91c4c33f1b2482, en de alinea staat in dat document op bytes 17233 tot 18363.