Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0060.
11. Dat brengt mij op de vraag of het Hof het bewijs inderdaad uit het ongerijmde heeft afgeleid. Mogelijk heeft het Hof de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 3], de tante en oom van verdachte, enkel gebruikt als bewijs voor het feit dat zij als mededaders betrokken waren bij het verhullen van de herkomst van het geld. Hun verklaringen zijn wellicht op dezelfde wijze tot het bewijs gebezigd als de als bewijsmiddel 21 gebezigde overeenkomst van geldlening is gebezigd. De redengevendheid daarvan schuilt niet in de (voor juist gehouden) inhoud ervan, maar in het feit dat die overeenkomst (in strijd met de waarheid) is opgemaakt. Zo ook zou het feit dat oom en tante ongeloofwaardige verklaringen aflegden, redengevend geacht kunnen worden voor het verhullende karakter van hun activiteiten. Ik meen echter dat het Hof, zo het deze toch al moeizame weg mocht zijn gegaan, dat duidelijk tot uitdrukking had moeten brengen. Dat is niet gebeurd. De meest voor de hand liggende uitleg van 's Hofs overwegingen is dat het Hof de ongeloofwaardigheid van de afgelegde verklaringen zonder meer redengevend heeft geacht voor het bewijs dat het om misdaadgeld ging dat direct of indirect door de verdachte naar Turkije is gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11df52ead98373e88130d6f20151fae9764861f92d4b778fbafb6cd805b974d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11df52ead98373e88130d6f20151fae9764861f92d4b778fbafb6cd805b974d7, en de alinea staat in dat document op bytes 19962 tot 21213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11df52ead98373e88130d6f20151fae9764861f92d4b778fbafb6cd805b974d7 | shasum -a 256