Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2011
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0076.
8. In de onderhavige zaak heeft het Hof - ondanks dat betrokkene in de hoofdzaak is veroordeeld voor het medeplegen van het telen van hennep en diefstal in vereniging - geoordeeld dat het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel geheel aan de betrokkene moet worden toegerekend. Volgens het Hof was niet aannemelijk geworden dat de uiteindelijke opbrengst van de hennepteelt door drieën moest worden gedeeld, omdat - en dan geef ik de redenering van het Hof in mijn eigen woorden weer - deze stelling pas voor het eerst in hoger beroep naar voren is gebracht en de desbetreffende stelling geen steun vindt in het dossier. Deze redenering is niet zonder meer begrijpelijk. Ten eerste is de betrokkenheid van de mededaders niet pas voor het eerst in hoger beroep aan de orde gekomen. Dat de verdachte zijn mededaders moest betalen, is door hem van meet af aan gesteld. Zo houdt het mondeling vonnis in de hoofdzaak (dat is aangetekend in het zich bij de gedingstukken bevindende proces-verbaal van de zitting van de politierechter in de Rechtbank Almelo van 26 mei 2005) als tegenover de politie afgelegde verklaring van de verdachte (bewijsmiddel d.) onder meer in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f184a28eb684b86d5af35c28f48bc44f2287fb95b4e5ad29c6db25cae24eb0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f184a28eb684b86d5af35c28f48bc44f2287fb95b4e5ad29c6db25cae24eb0e, en de alinea staat in dat document op bytes 8379 tot 9561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f184a28eb684b86d5af35c28f48bc44f2287fb95b4e5ad29c6db25cae24eb0e | shasum -a 256