Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0207.

4. Ik begin met het eerste punt. Ik zou, aansluiting zoekend bij De Hullu in zijn noot onder HR 22 mei 2001, LJN ZD2718, NJ 2001/656, het uitgangspunt willen onderschrijven dat aan aanpassingen van het proces-verbaal tenminste dezelfde eisen moeten worden gesteld als aan het initiële opmaken daarvan. Dat betekent dat de aanpassing van het proces-verbaal dient te geschieden in een schriftelijk stuk dat zowel door een van de rechters als de griffier is vastgesteld en ondertekend. Een uitzondering kan worden gemaakt voor het geval de griffier tot een en ander buiten staat is, aangezien art. 25 lid 3 Sv en art. 327 Sv daarin voorzien. De wet geeft evenwel geen voorziening voor het geval geen van de rechters tot een en ander in staat is en al helemaal niet voor het geval alle rechters en de griffier buiten staat zijn het proces-verbaal vast te stellen en te ondertekenen.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601, en de alinea staat in dat document op bytes 7075 tot 7970.