Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0207.

5. Nu heeft de Hoge Raad langs jurisprudentiële weg een uitzondering gecreëerd voor het geval de zaak werd behandeld door de politierechter. Zie HR 7 januari 1986, LJN AB9631, NJ 1986/463 en HR 8 maart 1988, LJN AC0273, NJ 1988/972. Het ligt voor de hand dat eenzelfde uitzondering wordt gemaakt in het geval de zaak is behandeld door de enkelvoudige raadkamer. Daarbij past echter wel een kanttekening. In de hiervoor genoemde arresten vermeldde het proces-verbaal telkens dat de politierechter buiten staat was om het proces-verbaal te ondertekenen. Op grond daarvan moest het er volgens de Hoge Raad voor gehouden worden dat de politierechter het proces-verbaal wel mede had vastgesteld. Aan het werkelijkheidsgehalte van deze aanname kan men twijfelen, maar het lijkt erop dat de Hoge Raad, zo nodig met behulp van aannames die aan de fictie grenzen, wil vasthouden aan de eis dat het proces-verbaal (mede) door de rechter moet zijn vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601, en de alinea staat in dat document op bytes 7990 tot 8954.