Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0207.

18. Het gaat in deze zaak om de reikwijdte van lid 3 sub a. In zijn arrest van 14 november 1997, LJN: ZD2491, NJ 1998, 147, heeft de (civiele kamer van de) Hoge Raad de strekking van deze bepaling verduidelijkt. Bij de regeling van art. 3:86 lid 3 sub a BW gaat het - aldus de Hoge Raad - om een afweging van enerzijds het belang van de consument die zich een gebruikte zaak aanschaft en anderzijds het belang van de criminaliteitsbestrijding. Daarbij heeft men de grens aldus getrokken dat particuliere kopers, mits aan de overige vereisten is voldaan,(6) bescherming verdienen indien zij een zaak hebben gekocht in de voor dergelijke zaken normale handel, waarbij met name is gedacht aan koop in een winkel of ander bedrijf met een duurzame op een vaste plaats gevestigde bedrijfsruimte, waar zij in beginsel geen gestolen zaken hoeven te verwachten.(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4698fee7a10ceb4b2c3ce437f9f0bc008d9bfc27dff1d6ec60e1697f76f4b601, en de alinea staat in dat document op bytes 18880 tot 19748.