Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0567.

3.6 In rov. 4.16 heeft het hof niet doorslaggevend geacht of Melchemie, naar zij heeft betwist, met de inhoud van de hinderwetvergunning van CMI bekend was. Het hof heeft vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat CMI een hinderwetvergunning voor de opslag van de oxiderende stof nodig had (v). Op de in rov. 4.15 vermelde gronden heeft het hof aangenomen dat Melchemie ook mag worden geacht te hebben geweten dat aan die vergunning verbonden voorschriften mede ertoe strekten de kans te beperken dat de bijzondere gevaren van ernstige aard die aan de oxiderende stof waren verbonden, waaronder brandgevaar, zich zouden verwezenlijken (vi). In rov. 4.17 heeft het hof evenmin doorslaggevend geacht of Melchemie, zoals zij stelt, CMI altijd van afdoende productinformatie en dergelijke heeft voorzien. Ook indien dat juist is, volgt daaruit niet dat Melchemie als eigenaar en bedrijfsmatig gebruiker van de oxiderende stof niet mag worden geacht te hebben geweten dat de voorschriften voor de opslag van de onderhavige stof mede ertoe strekken de kans te beperken dat de bijzondere gevaren van ernstige aard die aan de oxiderende stof waren verbonden, waaronder brandgevaar, zich zouden verwezenlijken (vii).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e90fec278b42414bd46f86d9eca15befd5abff9bb969a4c6ae6bb21bc0cb6d4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e90fec278b42414bd46f86d9eca15befd5abff9bb969a4c6ae6bb21bc0cb6d4d, en de alinea staat in dat document op bytes 62358 tot 63590.