Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0580.
3.26 Het tweede onderdeel richt zich tegen rov. 4.12 waarin het Hof oordeelt dat de nawerking van de cao-Kinderopvang eindigde op het moment dat een andere cao (de cao-BKN) op de arbeidsovereenkomsten met de werknemers van toepassing werd. Primair behelst het een rechtsklacht. Volgens ABVAKABO gaat het Hof uit van een onjuiste rechtsopvatting indien zijn beslissing zo moet worden verstaan dat het enkele feit dat een werknemer en een werkgever op enig moment langs de band van het bepaalde in de artikelen 9 jo. 12 en 13 Wet CAO aan een CAO gebonden raken, steeds meebrengt dat een voordien op grond van nawerking van een andere CAO in de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst voorkomend beding op datzelfde moment automatisch zijn (na)werking verliest. Betoogd wordt dat een door (na)werking in de individuele arbeidsovereenkomst doorwerkend beding die nawerking in een dergelijk geval alleen zal verliezen wanneer en voor zover dat beding strijdig is met de nieuwe CAO. Dat is niet het geval wanneer het nawerkende beding uitstijgt boven het niveau dat de nieuwe CAO op dat punt vereist en die nieuwe CAO (op het betreffende punt) het karakter van een minimum CAO draagt, zodat afwijkingen ten gunste van de werknemer zijn toegestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f, en de alinea staat in dat document op bytes 28115 tot 29370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f | shasum -a 256