Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0580.

3.28.2 Daar komt nog bij - vooral dit inhoudelijke argument weegt voor mij zwaar - dat het begrip minimum-cao - waarin de subsidiaire klacht blijft steken - niet eenduidig is. Het is zeker niet ondenkbaar dat onderscheid moet worden gemaakt alnaargelang de nieuwe cao uitdrukkelijk beoogt om andere (in voorkomende gevallen geheel of ten dele minder gunstige) arbeidsvoorwaarden in het leven te roepen. Zelfs wanneer het standpunt van ABVAKABO in beginsel juist zou zijn, spreekt niet voor zich dat die situatie steeds en zonder meer zou moeten worden onderscheiden van gevallen waarin die bedoeling niet uitdrukkelijk bestond.(21) Gevreesd moet worden dat het in veel gevallen moeilijk zal zijn vast te stellen wat de precieze bedoeling is geweest, nog daargelaten dat in de rede ligt dat werkgevers- en werknemersorganisaties daarover allicht (geheel te goeder trouw) verschillende opvattingen kunnen huldigen. Het is dan heel onaantrekkelijk om de omvang van de rechten van (een bepaalde groep) werknemers afhankelijk te stellen van eventuele procedures waarin op dit punt getuigen moeten worden gehoord. Niet alleen omdat dit jarenlange onzekerheid teweeg kan brengen, maar vooral ook omdat dan de factor toeval een té grote rol zal gaan spelen. Veel getuigen zullen, naar valt aan te nemen, niet anders komen verklaren dan wat hun "persoonlijke beleving" was, waarin evenwel aanmerkelijke subjectieve elementen schuilen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f, en de alinea staat in dat document op bytes 30778 tot 32218.