Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0580.

3.40.2 Nu zou men tegen kunnen werpen dat in gevallen als genoemd onder 3.40.1 veelal sprake zal zijn van wat Olbers aanduidt als een opvolgende cao waarvan op geen enkele wijze mag worden afgeweken. Misschien snijdt die tegenwerping voor een aantal of zelfs de meeste situaties hout. Ik kan daar, bij gebrek aan wetenschap en zonder relevante voorlichting door op dit punt onpartijdig te achten auteurs, niets zinnigs over zeggen. Gevoelsmatig ben ik geneigd te denken dat zich opdringt dat cao-partijen in gevallen als genoemd onder 3.40.1 in het algemeen bewuste keuzes maken. Dat zou dan betekenen dat, naar hetgeen zij allicht hebben bedoeld, sprake is van een opvolgende cao die in de plaats treedt voor de oude. Anders gezegd; niet van een "minimum-cao", wat dat ook precies moge zijn. Maar het blijft allemaal een beetje koffiedik kijken. Ook hier geldt dat rekening moet worden gehouden met verschillende (subjectieve) interpretaties of belevingen van de bij de onderhandelingen betrokkenen zodat het onder 3.28.2 genoemde gevaar (in een aantal gevallen) blijft bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f, en de alinea staat in dat document op bytes 40823 tot 41915.