Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0580.

3.40.4 In deze zaak zou theoretisch, à la barbe van de klachten, onderzocht kunnen worden hoe de litigieuze cao moet worden verstaan. Ik doe dat niet omdat aldus de grenzen van het instituut cassatie m.i. verre zouden worden overschreden. Niet alleen zouden we buiten de klachten treden, maar ook zou dat een beoordeling van feitelijke aard vergen. Ook meer in het algemeen zie ik op dit punt problemen aan de kim. In gevallen waarin de belangen van derden, die niet bij de totstandkoming van een overeenkomst betrokken zijn geweest, in geding zijn, wordt bij de uitleg in de rechtspraak bijzondere betekenis toegekend aan "objectieve factoren".(37)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f, en de alinea staat in dat document op bytes 42323 tot 42987.