Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0580.
3.40.5 In veel gevallen zal de onder 3.40.4 bedoelde benadering tot bevredigende (of ten minste de minst onbevredigende) uitkomsten leiden. Voor gevallen als de onderhavige is dat zeer de vraag. In de eerste plaats omdat, zo maak ik uit de literatuur op, de precieze betekenis van "minimum-cao" niet erg duidelijk is. Daarin ligt besloten dat cao-partijen op dit punt allicht niet steeds heldere afspraken maken wat gevaren meebrengt door vooral acht te slaan op "objectieve factoren". Dat klemt eens te meer omdat bij een op vrij wankele basis aanvaarden van het minimum-karakter van een cao de onder 3.28.2 bedoelde problemen rijzen. Heel in het bijzonder zou een (beperkte) groep werknemers een aantal niet per se beoogde voordelen in de schoot geworpen krijgen. Daarvoor zijn exeges over - kort gezegd - de letterlijke tekst, met voorbijgaan aan andere relevante factoren en in voorkomende gevallen het horen van getuigen, in mijn ogen een te smalle basis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f, en de alinea staat in dat document op bytes 43007 tot 43980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd5cd6fdd296210c71552da4553e84389b21ae8063ba0cde71ba9ce14a954f | shasum -a 256