Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1402.

2.5 De klacht neemt (voorts) (onder 1.2) tot uitgangspunt dat ook voor een beslissing op de voet van art. 1.1.9 Pvfg een (summiere) motiveringsplicht geldt, in die zin dat de beslissing ten minste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden - de hogere rechter daaronder begrepen - controleerbaar en aanvaardbaar te maken.(11) Deze zienswijze is, aldus de klacht (onder 1.3), niet in strijd met HR 23 april 2004, LJN AO2327, NJ 2004, 350(12), waarin Uw Raad volgens de klacht zou hebben geoordeeld dat het hof zijn beslissing om geen gebruik te maken van zijn afwijkingsbevoegdheid niet behoefde te motiveren; in casu betreft het immers een beslissing om wel van die afwijkingsbevoegdheid gebruik te maken, aldus de klacht (onder 1.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38f09d1eccc910a6fbbf023ddbfc607591ef90dbe89d88265ef5ea5d3561b9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38f09d1eccc910a6fbbf023ddbfc607591ef90dbe89d88265ef5ea5d3561b9c, en de alinea staat in dat document op bytes 13613 tot 14485.