Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 125 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.

De klacht mist feitelijke grondslag, nu het hof (impliciet) op de brief van 13 juli 2000 is ingegaan. Met de verwijzing "hiervoor genoemde (...) brieven" in rov. 3.10, welke brieven volgens het hof geen aansprakelijkstelling of een andere mededeling bevatten waaruit de Staat had moeten begrijpen dat [A] zich enig recht op schadevergoeding ten gevolge van het gestelde onrechtmatige handelen voorbehield, heeft het hof (mede) aan de (in rov. 3.9 genoemde) brief van 13 juli 2000 gerefereerd. Overigens was op 13 juli 2000 het vorderingsrecht van [A] reeds verjaard. In verband met dit laatste kan ook de klacht dat het hof ten onrechte is voorbijgegaan aan de brieven die [A] in 2001 en 2003 heeft verzonden, niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 65899 tot 66648.