Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 143 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.

3.26 Het middel klaagt (onder 49-50) dat het hof het betoog van [A] dat het beroep van de Staat op verjaring van de vordering in het licht van de omstandigheden van het geval, zoals uiteengezet in de stellingen van [A], aangehaald in de middelen 2 en 3, alsmede vervat in de memorie van grieven onder 37-41, en in het licht van de correspondentie tussen [A] en de Staat, zoals genoemd in de cassatiedagvaarding onder 38, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is(57), ten onrechte heeft afgewezen, althans dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 75763 tot 76364.