Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.

1.16 Bij vonnis van 18 juli 2007 heeft de rechtbank geoordeeld dat de vorderingen van [A] op de Staat zijn verjaard en heeft zij de vorderingen van [A] daarom afgewezen (rov. 4.11). Volgens de rechtbank is, gelet op art. 68a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in samenhang met art. 73 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, op de onderhavige vordering, die is gegrond op onrechtmatig handelen van de Staat vanaf 5 september 1990, de verjaringsbepaling van art. 3:310 lid 1 BW op 1 januari 1993 van toepassing geworden (rov. 4.2). Zo al niet door de beschikking van 5 september 1990, dan in elk geval door de mededeling van 11 februari 1991, is [A] met de (mogelijk in de toekomst te lijden) schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend geworden, zodat de verjaringstermijn op 6 september 1990 of in elk geval op zijn laatst op 12 februari 1991 is aangevangen (rov. 4.3-4.6). Indien de brief van 16 oktober 1992 als stuitingshandeling wordt gezien, heeft naar het oordeel van de rechtbank te gelden dat niet binnen vijf jaar nadien een nieuwe stuitingshandeling heeft plaatsgevonden. Andere door [A] aangehaalde brieven, daterend van vóór die van 9 april 2003, bevatten volgens de rechtbank geen stuitingshandeling. Van stuiting in de zin van art. 3:318 BW is geen sprake (rov. 4.7-4.8). De rechtbank heeft het beroep van de Staat op verjaring ten slotte niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht (rov. 4.9-4.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 15038 tot 16508.