Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.
3.5 Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de eis dat de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, aldus worden opgevat dat het gaat om een daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet volstaat(26). Het komt dus erop aan dat degene die zich op de verjaringstermijn beroept, stelt en zonodig bewijst dat de benadeelde daadwerkelijk met de schade en met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend was. Dat neemt echter niet weg dat de rechter, indien de benadeelde zulks betwist, die bekendheid zal kunnen afleiden uit bepaalde ten processe gebleken feiten en omstandigheden. De rechter zal in een zodanig geval tot de slotsom kunnen komen dat op grond van die feiten en omstandigheden voorshands, dat wil zeggen behoudens door de benadeelde te leveren tegenbewijs, moet worden aangenomen dat de benadeelde daadwerkelijk bekend was met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon(27).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 29099 tot 30096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c | shasum -a 256