Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.

3.9 Mijns inziens berust de primaire klacht van het middel op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. In het bestreden arrest lees ik niet dat het hof van (louter) toekomstige schade is uitgegaan. In de gedachtegang van het hof berust de gepretendeerde vordering van [A] op de "aantasting" van haar mestproductierechten door de aanpassing van de registratie daarvan in september 1990. Het was, in de woorden van het hof in rov. 3.8, de aanpassing van de registratie, die, "zolang die nog niet ongedaan was gemaakt, ook daadwerkelijk vermogensschade teweeg heeft gebracht en ook gezien moet worden als het moment waarop deze schade wordt geleden". Ook uit de door het hof in rov. 3.8 gebruikte termen, zoals de term "potentiële schade", kan niet worden afgeleid dat het hof (louter) het oog heeft gehad op schade die eerst in de toekomst ontstaat. Kennelijk heeft het hof daarmee niet méér tot uitdrukking willen brengen dan dat de schadelijke gevolgen van de "aantasting" van de mestproductierechten van [A] eerst gaandeweg en mede afhankelijk van haar eigen bedrijfsbeslissingen (zoals het wel of niet voortzetten van de exploitatie, het wel of niet verkopen van haar bedrijf en het wel of niet participeren in activiteiten waarvoor zij bepaalde - geregistreerde - mestproductierechten zou moeten aantonen) voelbaar zouden worden. Voor zover het middel (cassatiedagvaarding onder 32) van een andere uitleg van de door het hof gebruikte termen uitgaat, mist het feitelijke grondslag. Dat de schadelijke gevolgen van de "aantasting" van de mestproductierechten van [A] zich eerst gaandeweg zouden manifesteren, doet aan de gedachtegang van het hof niet af. Bij zulke, zich gaandeweg manifesterende, schadelijke gevolgen van de "aantasting" van de mestproductierechten gaat het, in de formulering van de hiervóór (onder 3.6) genoemde rechtspraak "om afzonderlijke elementen van de gehele door de onrechtmatige daad veroorzaakte - doorlopende - schade", waarbij de schade in haar geheel bestaat in de door de beweerde onrechtmatige daad veroorzaakte "aantasting" van de mestproductierechten van [A] (vergelijk ook de formulering in HR 19 oktober 2001, LJN: ZC3686, NJ 2001, 655, rov. 3.3: "Het gaat hier immers om afzonderlijke elementen van de schade die in haar geheel bestaat in de door de onrechtmatige daad veroorzaakte lichamelijke toestand - het rhesusantagonisme - van B.").

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 36547 tot 38951.