Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.
In verband met de motiveringsklacht van het middel is overigens van belang dat het hof bij de weerlegging van de stelling van [A] dat zij pas in 1999 voor het eerst schade heeft geleden, zich in rov. 3.8 mede heeft gebaseerd op de brief van (de rechtsbijstandsverzekeraar van) [A] aan het Ministerie van 16 oktober 1992, waarop [A] zich heeft beroepen ten betoge dat zij toen reeds schade had geleden en met die brief de verjaring van de rechtsvordering ter zake had gestuit. Voorts heeft het hof in rov. 3.8 herinnerd aan de waarschuwing dat strafrechtelijke vervolging kon plaatsvinden, op grond waarvan [A] zich rekenschap kon geven dat de aanpassing van de registratie uiteindelijk tot beëindiging van haar bedrijf zou kunnen leiden, hetgeen een potentiële schade vormde die zich in haar eigen visie ook heeft voltrokken. Mede op die gronden heeft het hof geoordeeld dat [A] door en vanaf de beschikking van 5 september 1990 en de kennisgeving van 11 februari 1991 schade ondervond door de permanente onzekerheid omtrent het voortbestaan van haar bedrijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 41812 tot 42887.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c | shasum -a 256