Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1413.
"3.10 Het hof onderschrijft niet het verweer van de Staat wat betreft de in rechtsoverweging 1.7 genoemde brief van 16 oktober 1992. In die brief staat een duidelijke verwijzing naar het voor [A] geregistreerde mestproductierecht, en naar de ernstige gevolgen van de aanpassing. In dat verband wordt verwezen naar de bevestigende verklaring van de toenmalige directeur Lavo (zie ook rechtsoverweging 1.4, laatste volzin) en wordt aangegeven dat in het ergste geval de Minister daarvoor aansprakelijk gehouden zal worden. Niet goed valt vol te houden dat dit niet ook op enig recht van schadevergoeding in verband met de aanpassing van het geregistreerde mestproductierecht zou zien. Het hof aanvaardt derhalve het beroep op de tijdige stuitende werking van de brief van 16 oktober 1992. Daarna is echter niet tijdig een nieuwe stuitingshandeling door [A] verricht, zoals ook de rechtbank heeft overwogen. De brieven van 15 maart 1993, van 4 en 11 februari 1994 en van 7 mei 1996 kunnen niet als stuitingshandeling in de zin van artikel 3:316 en 3:317 BW worden beschouwd. De brief van 15 maart 1993 reeds niet omdat deze is gericht aan de Nationale ombudsman in het kader van een zelfstandige wettelijk geregelde procedure, zodat aan de toezending in het kader daarvan aan het Ministerie, niet (mede) betekenis toekomt in de zin van een van [A] uitgaande stuitingshandeling. De andere hiervoor genoemde (en in rechtsoverweging 1.11 ten dele aangehaalde) brieven bevatten blijkens hun inhoud geen aansprakelijkstelling of een andere mededeling waaruit de Staat had moeten begrijpen dat [A] zich enig recht op schadevergoeding ten gevolge van het gestelde onrechtmatige handelen voorbehield. Dit laatste sluit overigens ook geheel aan bij het door [A] ingenomen en door het hof afgewezen standpunt dat [A] nog geen schade had geleden. Ook in onderling verband bezien valt in het samenstel van brieven geen stuitingshandeling te lezen. Aan de overige door [A] genoemde brieven kan het hof voorbijgaan omdat ten tijde van het verzenden van die brieven de verjaringstermijn al was verlopen. Ook dit onderdeel van grief 1 faalt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c, en de alinea staat in dat document op bytes 46785 tot 48921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/691ca12eb2a2f249ce64f288e0109eb2694474f901b4f3f83e4c4e9f3644630c | shasum -a 256