Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1765.

16. De klacht moet m.i. stranden op gebrek aan belang. Indien de rechtbank de stellingen van [verzoeker] c.s. zou hebben uitgelegd in de door de klacht bedoelde zin, had de rechtbank niet tot een ander oordeel kunnen komen dan zij in feite is gekomen. Aan de beslissing van de rechtbank ligt immers niet de overweging ten grondslag de rechtbank niet bevoegd zou zijn om over te gaan tot een onderzoek van de juistheid van de door de Duitse rechter gegeven beslissing, maar de overweging dat, ook indien zou moeten aangenomen dat de Duitse rechter art. 22 EEX-Verordening heeft geschonden, [verzoeker] c.s. zich daarop in de exequaturprocedure niet kunnen beroepen, nu zij geen gebruik hebben gemaakt van het volgens Duits recht tegen de beslissing van de Duitse rechter openstaande rechtsmiddel. De beslissing van de rechtbank berust derhalve op de opvatting dat een beroep op een weigeringsgrond niet openstaat, indien de lokale rechtsmiddelen om de beslissing waarop exequatur wordt verzocht in Duitsland ongedaan te maken of te herstellen, niet zijn benut.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b, en de alinea staat in dat document op bytes 13710 tot 14783.