Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1765.
18. De klacht is terecht voorgesteld. Aan de verplichting van de rechtbank om in de onderhavige procedure het beroep van [verzoeker] c.s. op schending van art. 22, aanhef en onder 1, EEX-Verordening door de Duitse rechter inhoudelijk te behandelen en zelfstandig te toetsen, doet niet af dat [verzoeker] c.s. in Duitsland geen rechtsmiddelen hebben aangewend tegen de in hun ogen onjuiste beslissing van de Duitse rechter op het bevoegdheidsverweer. De 'tenzij-clausule' die is verbonden aan de weigeringsgrond van art. 34, aanhef en onder 2, EEX-Verordening ("..., tenzij de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend terwijl hij daartoe in staat was"), geldt immers niet voor de weigeringsgrond van art. 35 lid 1 EEX-Verordening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b, en de alinea staat in dat document op bytes 15349 tot 16116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b | shasum -a 256