Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1765.

20. Voor zover de rechtbank mocht hebben geoordeeld dat door de proceshouding van [verzoeker] c.s. in de Duitse procedure (ervan afzien om van het tegen de beslissing op het bevoegdheidsverweer volgens Duits recht openstaande rechtsmiddel gebruik te maken) de bevoegdheid van de Duitse rechter als onweersproken vaststaat, heeft de rechtbank miskend dat de bevoegdheidsregels van art. 22 EEX-Verordening een exclusief en dwingend karakter hebben (aanhef van art. 22 EEX-Verordening), niet door een uitdrukkelijke of stilzwijgende forumkeuze opzij kunnen worden gezet (art. 23 lid 5 en art. 24 EEX-Verordening), en door de rechter ambtshalve dienen te worden toegepast, ook als de gedaagde in rechte verschijnt en de bevoegdheid van de rechter niet (langer) betwist (art. 25 EEX-Verordening). Vgl. HvJEG 13 juli 2006, zk C-4/03 (GAT/LuK), Jur. 2006, p. I-06509, NJ 2008, 78 nt. P. Vlas.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7fac1e6a32eaf90531d2bf1d4a113c7bd7ab9a12b04a92283739cc6164a244b, en de alinea staat in dat document op bytes 16709 tot 17607.