Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.

2.3 Middel 1 (onderdelen 1-7) strekt ten betoge dat het hof in rov. 3.3.8 heeft miskend dat het besluit van het stembureau van 2 juli 2004 om de kandidatuur van [eiser] goed te keuren onherroepelijk is geworden en daarmee formele rechtskracht heeft gekregen. Door de werking van de formele rechtskracht diende het hof aan te nemen dat het besluit (zowel naar vorm als naar inhoud) rechtmatig is, en kan van een overtreding in de zin van een onrechtmatige daad van [eiser] geen sprake (meer) zijn. Dit geldt volgens het middel temeer doordat het hof [eiser] heeft verweten art. 16 Kiesreglement te hebben overtreden, terwijl het besluit na controle en akkoordbevinding door het Hoogheemraadschap van de door [eiser] aangeleverde handtekeningen tot stand is gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 28073 tot 28850.