Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.

Voorts klaagt het middel (onderdeel 8) dat om de in de voorgaande onderdelen uiteengezette redenen niet ter zake doet of van grove schuld van [eiser] sprake is, en dat het hof, met de vaststelling van die grove schuld, buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, nu het Hoogheemraadschap zich niet op grove schuld van [eiser] heeft beroepen. Overigens voert het middel aan dat het hof de stelling van [eiser] dat hij niet heeft toegegeven de handtekeningen opzettelijk te hebben vervalst, ten onrechte onbesproken heeft gelaten, zodat hof ten onrechte, althans om onbegrijpelijke redenen, uit de open brief heeft afgeleid dat [eiser] zich van het onoorbare van zijn handelingen bewust zou zijn geweest en zich zou hebben beseft dat die handelingen tot aanzienlijke schade zouden kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 28858 tot 29672.