Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.
2.5 In het onderhavige geval heeft het stembureau blijkens het proces-verbaal van 23 september 2004 uitdrukkelijk vastgesteld dat, als de op die datum bekende feiten tijdens de zitting van 2 juli 2004 aan het stembureau bekend zouden zijn geweest, de opgave tot kandidaatstelling van [eiser] ongeldig zou zijn verklaard. Omdat de kandidaatstellingsfase reeds was afgesloten en de verkiezingsperiode reeds op 25 september 2004 zou starten, heeft het stembureau op grond van art. 22, 23, 24 en 25 Kiesreglement echter geen ruimte gezien de bedoelde opgave (alsnog) ongeldig te verklaren. Dat dwingt echter niet tot een ander standpunt met betrekking tot de formele rechtskracht van de opgave. Nog daargelaten dat het hiervóór (onder 2.4) verdedigde standpunt niet van een daadwerkelijke intrekking van het betrokken besluit afhankelijk is, geldt immers dat, alhoewel het stembureau de opgave niet alsnog ongeldig heeft verklaard, de later gebleken onregelmatigheid daarvan bestuursrechtelijk niet zonder consequenties is gebleven. Weliswaar hield het besluit van de verenigde vergadering van 27 oktober 2004 om [eiser] op grond van die onregelmatigheid niet als lid toe te laten geen stand, maar bij haar vernietiging van dat besluit heeft de Afdeling zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden (zoals voorzien in art. 69 Kiesreglement voor het geval van niet-toelating van één of meer leden wegens ongeldigheid van de stemming) en dat in dat kader ook de kandidaatstellingsprocedure opnieuw moet worden doorlopen, waarbij de Afdeling zich heeft laten leiden door de volgens haar legitieme opvatting van de verenigde vergadering dat de kiesgerechtigden erop aanspraak kunnen maken dat zij, nadat de verkiezingen hebben plaatsgevonden, niet alsnog met betrekking "de rechtmatigheid van de kandidatenlijst" in het ongewisse geraken. Alhoewel het besluit van het stembureau van 2 juli 2004 als zodanig niet is ingetrokken, impliceert die uiteindelijke uitkomst ontegenzeggelijk dat (in de woorden van de schriftelijke toelichting van mr. Scheltema onder 2.1.4) "is teruggekomen op het besluit van het stembureau van 2 juli 2004".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 32017 tot 34203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190 | shasum -a 256