Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.
Bij memorie van grieven heeft [eiser] (onder 35) inderdaad gesteld dat, anders dan de rechtbank zou hebben geoordeeld, hij niet heeft toegegeven de handtekeningen opzettelijk te hebben vervalst. Aan die stelling is het hof echter niet voorbijgegaan. Het hof heeft daarop (in de rov. 3.3.8-3.3.9) gerespondeerd met het oordeel dat [eiser], met betrekking tot de onjuiste opgave, (ten minste) grove schuld kan worden verweten. Daarbij heeft het hof zich overigens, anders dan het middel kennelijk veronderstelt, niet louter gebaseerd op de open brief van [eiser] van 24 september 2004, maar mede op het gestelde in de conclusie van antwoord (rov. 3.3.6) en op hetgeen [eiser] bij gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard (rov. 3.3.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 35675 tot 36455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190 | shasum -a 256