Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.

Voor zover het middel (in onderdeel 20) klaagt dat het hof aldus heeft voorbijgezien aan de discretionaire bevoegdheid van het algemeen bestuur bij het al dan niet toelaten van een benoemde als lid op grond dat hij niet aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet of een met het lidmaatschap onverenigbare functie vervult (zie art. 64 Kiesreglement: "Indien het Algemeen Bestuur heeft besloten de benoemde niet als lid toe te laten (...)"), geldt dat een dergelijke discretionaire bevoegdheid niet zonder meer afdoet aan het causale verband in de zin van art. 6:98 BW. Op de uitoefening van de door het onderdeel bedoelde discretionaire bevoegdheid, voor zover die al in het Kiesreglement ligt besloten, moet de laedens bedacht zijn en die uitoefening kan hem in beginsel als gevolg van de gepleegde onrechtmatige daad worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 60625 tot 61479.