Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.

"2 Vervolgens komt de Afdeling tot een opmerkelijke redenering - naar ik veronderstel om de betrokken waterschappen toch ter wille te zijn met een 'oplossing' achteraf van dit evidente geval van frauduleuze kandidaatstelling. De Afdeling constateert op basis van hetgeen namens de verenigde vergadering ter zitting is verklaard, dat niet uitgesloten kan worden dat niet alle kiesgerechtigden ten tijde van het uitbrengen van hun stem op de hoogte waren van de onregelmatigheden bij de kandidaatstelling en hetgeen daaromtrent op dat moment al dan niet bekend is geworden bij de kiesgerechtigden, bij hen tot verwarring heeft geleid. Dit leidt de Afdeling tot de conclusie dat geen sprake is geweest van betrouwbare verkiezingen waarbij het vrijelijk tot uitdrukking brengen van de wil van de kiezers was gewaarborgd en deze verkiezingen ongeldig dienen te worden verklaard. Ik vind deze conclusie betwistbaar; immers: hoe groot was die verwarring? Was die verwarring zodanig dat zij van invloed is geweest op de uitslag? Wie bepaalt dat de kiezers in verwarring waren? Dat zijn toch in de eerste plaats de kiezers zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 65299 tot 66431.