Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 198 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2310.
19 Iets minder stellig over de (on)mogelijkheid van "omgekeerde verticale werking" van de formele rechtskracht is G.A. van der Veen in zijn noot onder 1 bij HR 22 december 2006, LJN: AZ1582, AB 2008, 8: "Het staat nog niet volledig vast in hoeverre de verticale werking van de formele rechtskracht ook kan worden omgekeerd, en burgers zich dus jegens het civielrechtelijk opererende bestuur kunnen beroepen op de formele rechtskracht van een besluit van datzelfde bestuur." Als voorbeeld van een afwijzing van omgekeerde verticale werking noemt Van der Veen HR 12 september 1997, LJN: ZC2428, NJ 1998, 145, m.nt. JBMV, als voorbeeld van een aanvaarding van die werking HR 26 maart 2004, LJN: AN7849, AB 2005, 92, m.nt. FvO/GAvdV. In geen van beide uitspraken was de formele rechtskracht aan de orde in haar (in casu relevante) functie van "rechtmatigheidsfictie". Beide uitspraken betroffen de vraag of na betaling op grond van een toekenningsbesluit zonder ongedaanmaking van dat besluit c.q. zonder besluit tot terugvordering het betaalde civielrechtelijk kan worden teruggevorderd. Mijns inziens komt het in die context niet aan op de formele rechtskracht, maar op de gelding van het toekenningsbesluit dat de titel van de litigieuze betaling vormt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190, en de alinea staat in dat document op bytes 81848 tot 83113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/affc70ab7cfe7dc8c8bbc162714656fc9be24f4617082d4984402d5423413190 | shasum -a 256