Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2316.

21. Uit voormeld arrest volgt dat bij de beantwoording van de vraag of een gedeelte van een strook grond als voorstrook moet worden aangemerkt, het feit dat de strook niet direct aan de te handhaven (bouw)weg is gelegen, zoals in casu het geval is, niet met zich brengt dat alsdan niet meer gesproken zou kunnen worden van een voorstrook. Zoals de rechtbank in genoemde zaak terecht heeft overwogen, moet ervan uitgegaan worden dat [eiser] en gemeente als redelijk handelende koper en verkoper dan de percelen zouden hebben samengevoegd om de ontwikkeling van de percelen mogelijk te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744, en de alinea staat in dat document op bytes 58829 tot 59432.