Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011
Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2316.
4.16 In het vierde middel wordt betoogd dat de Rechtbank blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te overwegen dat de grond aan de Lavendelheide niet moet worden aangemerkt als een voorstrook nu die grond niet aan, maar parallel aan de Lavendelheide is gelegen en van die weg gescheiden is door een aan een derde toebehorende strook grond. Het feit dat tussen het onteigende en de Lavendelheide een strook grond loopt die eigendom is van de Gemeente maakt, zo wordt in het middel betoogd, niet dat deze strook niet als voorstrook kan worden aangemerkt. Er moet, volgens het middel, van worden uitgegaan dat [eiser] en de Gemeente als redelijk handelende koper en verkoper de percelen zouden hebben samengevoegd om de ontwikkeling van de percelen mogelijk te maken. In het middel wordt verwezen naar HR NJ 1957, 610 (gemeente Hoogezand-Sappemeer/Nederlandsche Hervormde Gemeente) en HR NJ 1987, 403 (gemeente Schoonebeek/Pieper).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744, en de alinea staat in dat document op bytes 83097 tot 84055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744 | shasum -a 256