Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011
Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2316.
4.23 Uit het verkavelingsplan(30) blijkt dat het gedeelte van de te onteigenen grond dat parallel ligt aan de Lavendelheide bebouwd zal gaan worden. Deze bebouwing zal gedeeltelijk plaatsvinden op te onteigenen grond en deels op een strook grond die reeds eigendom is van de Gemeente welke grenst aan de Lavendelheide.(31) Maar ook als het mogelijk zou zijn om de te onteigenen grond en de desbetreffende gemeentegrond samengevoegd te beoordelen voor de vraag of de te onteigenen grond als een voorstrook kan worden aangemerkt, kan dat [eiser], naar ik meen, niets brengen. Ook in dat geval blijft immers dat er volgens de deskundige(32) in het bouwplan geen sprake is van een te handhaven bouwstraat, zodat deze bouwgrond niet is aan te merken als een voorstrook. Daarmee faalt dit middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744, en de alinea staat in dat document op bytes 102185 tot 102988.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744 | shasum -a 256