Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2316.

4.26 Het incidentele beroep in cassatie richt zich op de veroordeling van de Gemeente tot vergoeding van rente volgens het bedrag van de wettelijke rente. In het middel in incidenteel beroep worden drie redenen aangevoerd op grond waarvan de beslissingen en overwegingen van de Rechtbank volgens de Gemeente onjuist en/of niet voldoende begrijpelijk en/of niet naar de eis der wet met redenen omkleed zijn. Artikel 55, lid 3, Onteigeningswet ziet, zo wordt in het middel betoogd, niet op het nadeel dat een onteigende lijdt als gevolg van het gemis van het bedrag waarmee de uiteindelijke schadeloosstelling het betaalde voorschot te boven gaat in de periode tussen de dag waarop het onteigeningsvonnis is ingeschreven in de openbare registers en de dag van het vonnis waarbij de schadeloosstelling wordt vastgesteld. Het nadeel dat een onteigende leidt is, zo betoogt de Gemeente, niet zonder meer gelijk te stellen met de wettelijke rente. In het middel wordt ten slotte betoogd dat de motivering van de Rechtbank onbegrijpelijk is, temeer omdat [eiser] slechts 3,75% als rentepercentage heeft bepleit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f58caa07b17dcff638890bda9d906cdfb9f829495b8d01d68ac8e707e3cd8744, en de alinea staat in dat document op bytes 104832 tot 105949.