Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2449.

8. Het oordeel van de Rechtbank begrijp ik, in aanmerking genomen dat het begrip "voortdurend delict" niet aan de wet is ontleend, aldus dat de verduistering in dienstbetrekking van het wapen en van de gelden waarover de opgeëiste persoon uit hoofde van zijn functie bij Glock kon beschikken pas voltooid is geraakt op het ogenblik dat de dienstbetrekking van de opgeëiste persoon bij Glock op 17 februari 2003 werd beëindigd en hij het wapen en de gelden van Glock niettemin onder zich hield. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de beschrijving van het eerste feit, zijnde het eerste onderdeel van het RICO-feit en van het tweede onderdeel van het RICO-feit in de bijlage bij het verzoek tot uitlevering niet dwingt tot de conclusie dat die feiten eerder waren voltooid en van de zijde van de opgeëiste persoon te dien aanzien ook niets is aangevoerd. Voor het overige is het oordeel zodanig verweven met de feiten dat het zich niet leent voor verdere toetsing in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b, en de alinea staat in dat document op bytes 10479 tot 11549.