Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2449.

16. Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat het verband tussen art. 28, tweede en vierde lid, en art. 26, derde lid, Uitleveringswet meebrengt dat een onschuldbewering alleen dan zal opgaan indien de Rechtbank onverwijld - dat wil zeggen zonder diepgaand onderzoek vergelijkbaar met dat in het strafgeding zelf - tot de overtuiging komt dat geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld (HR 15 december 1998, NJ 1999, 206).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15357 tot 15825.