Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2449.

17. De Rechtbank heeft zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk kunnen oordelen dat de identiteit van het inbeslaggenomen en/of door de opgeëiste persoon gekochte wapen niet kan worden vastgesteld zonder diepgaand onderzoek vergelijkbaar met dat in het strafgeding zelf. De omstandigheid dat de Rechtbank bij de Amerikaans autoriteiten navraag had kunnen doen naar de identiteit van het inbeslaggenomen La France-wapen en/of de getuige [betrokkene 2], zoals verzocht en afgewezen, had kunnen horen maakt dat niet anders. Ook al sluit de wet niet uit dat die onderzoekshandelingen bij het onderzoek naar de toelaatbaarheid van het verzoek tot uitlevering worden verricht(1), het blijven typisch onderzoekshandelingen die thuis horen in het strafgeding; vgl. art. 315 Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1808028de8750d31fef4383f7d01aa00fe66751469c66e231e2c2a289f179b4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15845 tot 16665.