Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 286 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2620.

11.4. In de bewijsmiddelen 25 (D/123) en 27 (D/154) zijn alle transacties opgenomen zoals bewezenverklaard onder 2 en 4. Bewijsmiddel 25 ziet op transacties van VPV (feit 2). Bewijsmiddel 27 ziet op transacties van TGO in TGO, Dordtsche en ME en van TGP in TGP, Dordtsche, ME en Maxwell. Zoals hiervoor onder 3 weergegeven, heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte samen met [medeverdachte] en [betrokkene 1] het bestuur van VPV vormde. [medeverdachte] was verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid. De verdachte was algemeen directeur en onder meer verantwoordelijk voor de 'compliance' (het werken in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving) (bewijsmiddelen 1 en 6). Volgens de verdachte werden alle beleggingsbeslissingen genomen in samenspraak met gelijkgestemden en werd er regelmatig overleg gepleegd door de verdachte, [medeverdachte], [betrokkene 1] en de senior vermogensbeheerders (bewijsmiddel 2). De verdachte werd door [medeverdachte] en [betrokkene 2] na elk gesprek tussen VPV en Financiën op de hoogte gebracht van de stand van zaken (bewijsmiddel 2). In de periode september tot en met december 1999 hebben ze transacties verricht in de houdstermaatschappijen voor cliënten van VPV. VPV vond het op dat moment geen probleem om effecten van de de houdstermaatschappijen TGO en TGP te kopen of privé of ten behoeve van cliënten van VPV (bewijsmiddel 2 en 4). Het was de medeverdachte [medeverdachte] die zich bezighield met de daadwerkelijke transacties in TGO en TGP. [medeverdachte] gaf aan [betrokkene 14] door wat er gekocht of verkocht moest worden (bewijsmiddel 9). . Het Hof heeft uit deze bewijsmiddelen kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat de medeverdachte [medeverdachte] verantwoordelijk was voor de bewezenverklaarde transacties en daartoe opdracht heeft gegeven, en dat de verdachte daarvan volledig op de hoogte was. Dat de transacties uiteindelijk werden verricht door werknemers, doet daarbij niet ter zake. De hiervoor onder 11.2 weergegeven en onder 11.3 toegelichte uitzonderingsbepaling ziet op de situatie waarin sprake is van zelfstandig werkende werknemers, die door het bestaan van 'chinese walls' niet op de hoogte zijn van de koersgevoelige bijzonderheden. Een dergelijke situatie heeft het Hof in de onderhavige zaak niet aanwezig geacht. Dat is in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, waaruit afgeleid kan worden dat de medeverdachte [medeverdachte] met medeweten van de verdachte opdracht gaf voor de transacties, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c38aaa3519efbf17d633a8a41c4f4480aca6351654b84613c0d2a3757268888. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c38aaa3519efbf17d633a8a41c4f4480aca6351654b84613c0d2a3757268888, en de alinea staat in dat document op bytes 120268 tot 122794.