Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP2745.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2010 heeft de verdachte verklaard dat de geprepareerde onderbroek, waarin de cocaïne was verborgen, aanvoelde alsof er een grotere dan de afgesproken hoeveelheid in zat. De verdachte heeft hierover nadere vragen gesteld aan de mensen van de organisatie. Nu de verdachte zich heeft ingelaten met hem volstrekt onbekenden, van wie hij alleen wist dat ze zich met illegale handel bezig hielden, bij hem twijfels waren gerezen of de daadwerkelijke hoeveelheid wel in overeenstemming was met hetgeen was afgesproken en hij desondanks heeft nagelaten de hoeveelheid illegale waar te controleren, heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij meer dan de afgesproken hoeveelheid cocaïne zou invoeren, hetgeen ook het geval is gebleken. Het hof houdt de verdachte bij de bepaling van de strafmaat dan ook verantwoordelijk voor de invoer van de totale hoeveelheid van 4761,6 gram cocaïne.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be256fbb20ac5ee0cd01fbd04077f1118967032cb3c2eb8325cf87ae8d2ef60d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be256fbb20ac5ee0cd01fbd04077f1118967032cb3c2eb8325cf87ae8d2ef60d, en de alinea staat in dat document op bytes 12832 tot 13818.