Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP3053.
De vraag die vervolgens opkomt, is of het de fiscus vrij staat om zelf te bepalen op welke wijze hij de aanslagregeling in het vat giet. Art. 5 AWR bepaalt dat de vaststelling van een belastingaanslag geschiedt door het opmaken van een aanslagbiljet door de inspecteur. Op grond van art. 13 AWR kan deze volgens bij ministeriële regeling te stellen regels een voorlopige aanslag opleggen. En op grond van het derde lid van dat artikel kan een voorlopige aanslag door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld. De ambtshalve vermindering is geregeld in art. 65 AWR. Daar is bepaald dat de inspecteur een 'onjuiste belastingaanslag' ambtshalve kan verminderen. De praktijk van vandaag is dus dat de fiscus de route van art. 65 AWR bewandelt, daar waar de route van art. 13 AWR mijns inziens het heffingsrenteprobleem zou voorkomen. Zuiver formeel gezien is de art. 65-route ook nog eens onjuist. Immers, de oorspronkelijk opgelegde voorlopige aanslag zal onherroepelijk zijn komen vast te staan en kan bijgevolg dan ook niet worden aangemerkt als een 'onjuiste belastingaanslag'. Zo bezien moet de juiste, oorspronkelijke aanslag worden gevolgd door een andere - lees: nadere - voorlopige aanslag waarop een negatief bedrag wordt teruggegeven mét vergoeding van heffingsrente over de periode 1 juli tot 1 januari.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d24b9a8f72499f5ae55bbced734102946e49adffeba28be903c1a659f6d676f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d24b9a8f72499f5ae55bbced734102946e49adffeba28be903c1a659f6d676f4, en de alinea staat in dat document op bytes 116499 tot 117833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d24b9a8f72499f5ae55bbced734102946e49adffeba28be903c1a659f6d676f4 | shasum -a 256