Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP3887.

3.5. Voor haar deelname aan het programma ontving betrokkene een vergoeding die het karakter droeg van een tegenprestatie voor de verrichte arbeid en om die reden als loon was aan te merken. De Raad onderschrijft ook in dit opzicht de overwegingen van de rechtbank. Hij voegt daaraan toe dat ter zitting naar voren is gekomen dat de tegenprestatie in de loop van het programma nader onderhandelbaar is gebleken, in de zin dat zij gaandeweg is verhoogd om betrokkene te stimuleren de villa nog niet te verlaten. Deze verhoging blijkt ook uit de zich bij de stukken bevindende gegevens over de maandelijks aan appellante [CvB: bedoeld zal zijn - in de woorden van de Centrale Raad - betrokkene] verstrekte betalingen. Anders dan door appellant is aangevoerd, was dus geen sprake van een voor iedere deelnemer vastgestelde forfaitaire vergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b, en de alinea staat in dat document op bytes 19964 tot 20820.