Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP3887.
3.4 (...) Het door de Rechtbank toegepaste, aan het arrest van de Hoge Raad van 14 november 1997, nr. 16 453, NJ 1998, 149, ontleende criterium - hoe hebben partijen feitelijk uitvoering en aldus inhoud gegeven aan hun arbeidsverhouding - is op zijn plaats in situaties waarin het gaat om de vraag hoe een - op zichzelf vaststaande - overeenkomst krachtens welke een van de partijen bij die overeenkomst werkzaamheden verricht voor de ander, moet worden gekwalificeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b, en de alinea staat in dat document op bytes 31927 tot 32409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b | shasum -a 256