Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP3887.
3.4 (...) dat het hof ten onrechte de tekst van de schriftelijke 'arbeidsovereenkomst' doorslaggevend heeft geacht voor de conclusie dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Bij het vaststellen van de overeengekomen verplichtingen moet immers op alle omstandigheden van het geval gelet worden en niet alleen op de schriftelijke tekst van de overeenkomst. In dit geval moet ervan worden uitgegaan (...) dat partijen nooit de bedoeling hebben gehad aan de schriftelijke overeenkomst uitvoering te geven in dier voege dat H. werkzaamheden zou gaan verrichten voor M. BV en staat eveneens vast dat H. nimmer werkzaamheden heeft verricht. De overeenkomst had klaarblijkelijk geen andere strekking dan aan H. een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud te verschaffen. Derhalve bevat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet de verplichting tot het verrichten van arbeid en behelst zij evenmin het element van de gezagsverhouding, zodat de overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst kan worden getypeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b, en de alinea staat in dat document op bytes 33321 tot 34350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b61b8d2da162b3f1b24cabaea78ce4b06dc0f1929554046fd1eecdfb48382c3b | shasum -a 256